Uitleg

De Kenchutai Puntencompetitie is een oefencompetitie om wedstrijdervaring op te doen. Aan deze competitie doen judoka mee van Kenchutai en Sport-Natural. De Puntencompetitie is bedoeld om judoka alles over wedstrijden te leren en ervaring op te doen.

Hoe werkt de Puntencompetitie?

Alle judoka worden ingedeeld op basis van gewicht en leeftijd. Vervolgens worden alle judoka ingedeeld in poules op basis van band en slip. Na de eerste competitiedag wordt dit enigszins losgelaten. Judoka die in hun poule alles winnen worden, indien mogelijk, een klasse hoger ingedeeld. Judoka die op een competitiedag alles verliezen worden indien mogelijk een klasse lager ingedeeld.

De kosten bedragen 5.- per wedstrijddag indien vooraf overgemaakt. Op de wedstrijddag zijn de kosten 6.-.

De wedstrijd?

Elke wedstrijd duurt 2 minuten en het jeugdreglement is van toepassing (geen armklemmen, verwurgingen en boog-sutemi’s). Er worden waarschuwingen en straffen gegeven.

Voor elke gewonnen wedstrijd zijn punten te verdienen. Deze worden door de Puntencommissie bijgehouden en op de puntenkaart genoteerd. Er zijn 3 soorten punten:

Waza-ari: half punt
Je scoort een Waza-ari als je de tegenstander op (een gedeelte van) zijn rug werpt of minimaal 10 seconden in een houdgreep vasthoudt.

 

Ippon: vol punt
Dit punt scoor je als je de tegenstander in n keer op zijn rug werpt of als je hem 20 seconden vasthoudt in een houdgreep. Als je een Ippon scoort is de wedstrijd direct afgelopen.

 

 

Ippon door shido’s

3 shido’s betekent ippon voor de tegenpartij.

Winnen door shido’s

Indien je wint omdat de score gelijk is en je tegenstander 1 of 2 shido’s heeft, win je met 3 wedstrijdpunten.

Verlies

Bij verlies krijg je 2 punten omdat je je best hebt gedaan.

Straffen

Het wedstrijdjudo kent ook straffen, zogenaamde shido’s. Je kunt een shido krijgen als je:

– Onvoldoende activiteit toont, m.a.w. te weinig aanvalt.

– Lang voorover staat zodat de tegenstander niets kan doen.

– Met gestrekte armen vecht.

– Scheldt of vloekt of veel praat.

– Een verboden handeling doet, zoals voorover werpen, slaan, schoppen, bijten, haren trekken.

– Een verwurging of armklem maakt (dat mag pas als je ouder bent).

– Een worp voorwaarts op één of twee knieën maakt.

– Zomaar buiten de mat loopt.

– Weg rent.

– Het hoofd van de tegenstander mee naar huis wilt nemen.

– Benen of broek van de tegenstander pakt. (Bij officile wedstrijden krijg je eerst 1 shido, de 2e maal in dezelfde partij hansekumake en heb je de partij verloren.)

– Met 2 handen aan een kant vecht.

– Achteruit loopt als de tegenstander je wil vastpakken.

– de tegenstander met kracht naar beneden duwt.

– Met je hoofd onder de arm van de tegenstander door gaat zonder een techniek te maken.

– De tegenstander verhindert jou vast te pakken.

– De vingers van de tegenstander pakt.

– Bij het inzetten van een worp om het hoofd of nek pakt.

De puntentelling

Het hoogste punt waar je het verschil mee maakt bepaald de winnaar. Deze waardering wordt omgezet in competitiepunten en bepaalt dus de score die je krijgt voor een gewonnen wedstrijd.
Dit principe kan leiden tot verwarring, maar belangrijk is dat:

  • Alleen de hoogste score telt (bijv. waza-ari).
  • Gelijkwaardige punten met de tegenstander worden tegen elkaar weggestreept. Dit houdt in dat wanneer beide judoka een waza-ari hebben, deze tegen elkaar wegvallen.
  • Je verliest wanneer je meer shido’s (straffen) hebt dan de tegenstander (tot 12jaar).
  • Je verliest de partij direct wanneer je 3 shido’s hebt.
  • Je voor de shido’s geen wedstrijdpunten krijgt.

Bij de puntencompetitie wordt het onderstaande puntensysteem gehanteerd:

Winst door Ippon = 10 punten
Winst door Waza-ari = 7 punten
Winst op beslissing = 3 punten
Verlies = 2 punten

 

1 shido = niets

3 shido = hansekumake, oftewel ippon voor de tegenstander

 

Indien de winnaar niet bepaald kan worden door scores, wijst de scheidsrechter de winnaar aan op basis van:

  1. Aantal balansverstoringen
  2. Hoogte van activiteit

Prijzen

Bij een bepaald aantal competitiepunten ontvangt de judoka een lint in judokleur met medaille. Deze worden aan het eind van het toernooi uitgedeeld of op de les volgend op jet toernooi om andere judoka te stimuleren ook punten te halen en dus aan toernooien deel te nemen.

40 =

Geel lint

90 =

Oranje lint

150 =

Groen lint

220 =

Blauw lint

300 =

Bruin lint

400

600

=

=

Zwart lint

Rood-wit lint

Belangrijk: In principe speelt elke judoka per competitiedag vier wedstrijden. Soms komt het voor dat judoka meer of minder wedstrijden op de mat staan. Om een eerlijk totaalklassement te maken zullen alle punten worden teruggerekend naar vier wedstrijden per competitiedag. De vier hoogste scores worden geteld.

De puntencompetitie wordt 4 x per jaar gehouden.

 

 

 

 

Geef een reactie